Ze zijn altijd blij mij te zien, verwarmen mijn voeten in de koude herfst-en wintermaanden en komen regelmatig kroelen en knuffelen… ideale mannen, dus!
‘Mijn wollebollen, mijn tijgerkes, mijn jongens…’ zo noem ik mijn katten.
Geen haar op mijn hoofd die er vroeger aan dacht katten in huis te nemen. Door allergieproblemen allerlei was de optie ‘huisdier’ bij ons thuis niet aan de orde (‘Niks dat stof maakt!’). Wij hebben wel mijn ouders gesmeekt om dieren, ik wilde zelfs als kind op een gegeven moment een dolfijn (die pastte toch perfect in ons bad, niet?). Enfin, na veel gezaag kwamen er kleine schildpadden en vervolgens een vogel. Toen die laatste het leven liet, werd er onverbiddelijk beslist ‘Geen beesten in !’ (wij hingen al genoeg het varken uit!).
U voelt het al komen, het ‘kantelmoment’ is in zicht…
Een dikke drie jaar geleden besloot poes Loewie daar verandering in te brengen. Loewie, tijgerkat van de buren, slaagde erin mijn hart te veroveren: hij was mak, ongelooflijk charmant en rustig. Langzamerhand werd Loewie de ‘interim-kat’: hij bleef eens slapen, kreeg een restje kaas en gaf in ruil kopjes en verwarmde mijn voeten. Nadat hij verhuisde (en, oh, ja, zijn baasje dus ook) wilde ik per sé een viervoeter met tijgerprint in huis.
‘Mister Stripes’ woont nu al een dikke twee jaar bij mij en veroverde tevens het hart van mijn buren (altijd handig als ik een weekendje weg moet). Een tweede kat, dat ging niet, besliste ik, ik had genoeg aan één exemplaar. Mister Stripes, mijn werk, opleiding, tuin en hobby’s, dat was wel genoeg zo…
Tot ik een foto van Wollebol zag met de melding dat hij op vier weekjes uit zijn nest was geschopt… mijn hart zij ‘ja’, mijn verstand ‘nee’. Na een klapke met de buurvrouw werd het ‘ja’: zij zou die paar weken tot mijn verlof op hem komen passen terwijl ik aan het werk was. Bij deze werd zij ‘meter van Wollebol’ gekroond!
Ondertussen ken ik alles van inentingen, kattenziekten, vlooien,… en kan ik daar bij tijden oeverloos met collega’s, buren en vrienden over babbelen.
En als mijn beide wollebollen zalig liggen te slapen en ik na een drukke werkweek in mijn zetel neerplof, kijk ik vertederend naar mijn twee jongens…